Fascia: het weefsel dat overal is en nergens begint
Een stuk uit mijn opleiding over fascia, het bindweefsel dat door je hele lichaam loopt. Over wat onderzoek erover laat zien, en over wat nog niet bekend is.
In de anatomielessen komt er een moment waarop je denkt: waar stopt het eigenlijk? Je bent bezig met spieren, zenuwen en botten. En steeds als je een laag verder gaat, zit er weer dat witte, vliezige weefsel omheen. Dat is fascia. Hoe meer ik erover lees, hoe minder ik het zie als verpakking.
Eén doorlopend netwerk
Fascia is bindweefsel. Het omhult spieren, organen, zenuwen en bloedvaten. Maar het doet meer dan omhullen: het verbindt. Het loopt door je hele lichaam als één doorlopend netwerk, van je schedel tot je voetzool. Er is geen duidelijk begin en geen duidelijk eind.
Dat klinkt abstract. Een systematische review uit 2016 maakt het concreter. De onderzoekers bekeken 62 anatomische studies en concludeerden dat de meeste skeletspieren direct met elkaar verbonden zijn door bindweefsel. Voor één lijn was het bewijs sterk: van de voetzool via de achterkant van de benen en de rug naar het achterhoofd. Of die verbindingen in een levend lichaam ook kracht doorgeven, is nog de belangrijkste open vraag.
Van verpakking naar zintuig
Lang werd fascia gezien als iets wat je wegsnijdt om bij het interessante deel te komen. De spier, het gewricht, het bot: dát was de anatomie. Dat beeld kantelt.
In de fascia van de onderrug vonden onderzoekers bij ratten veel zenuwuiteinden, waaronder uiteinden die waarschijnlijk pijn doorgeven. In menselijk weefsel zagen ze hetzelfde, in een eerste verkenning. In een ander onderzoek kregen gezonde mensen een prikkelende zoutoplossing ingespoten in de onderrug. In de fascia deed dat langer en uitgebreider pijn dan in de spier of de onderhuid. De onderzoekers noemen de fascia daarom een waarschijnlijke bron van lage rugpijn.
Bij mensen met langdurige lage rugpijn schoof de fascia van de onderrug bij het bukken ongeveer 20 procent minder dan bij mensen zonder rugpijn. Of dat de oorzaak is of het gevolg, weten de onderzoekers niet.
Reageren op rek
Bindweefsel reageert op druk, rek en beweging. In een onderzoek bij muizen veranderden cellen in het bindweefsel binnen een half uur van vorm als het weefsel werd uitgerekt. De onderzoekers zien daarin een verband met behandelingen die het bindweefsel mechanisch prikkelen, zoals massage en fysiotherapie. Of een heel lichte aanraking zoiets ook doet, is voor zover ik weet niet onderzocht.
Wat heeft dit met craniosacraal therapie te maken?
Dat vraag ik mezelf af terwijl ik dit schrijf. Ik ben student en sta aan het begin. Ik kan de brug tussen dit onderzoek en wat er in een sessie gebeurt nog niet slaan. Wel kan ik beschrijven wat ik tegenkom.
Bij craniosacraal therapie leg je je handen heel licht op het lichaam. Je volgt ritme, spanning en beweging in het weefsel. Het weefsel dat je daarbij het meest direct raakt, is fascia. Ook de harde hersenvliezen, de dura mater, horen volgens de definitie van de Fascia Research Society bij het fasciale systeem. Dat vlies omhult het centrale zenuwstelsel, van de schedel tot het heiligbeen.
In de jaren zeventig deed John Upledger, de grondlegger van craniosacraal therapie, onderzoek aan de Michigan State University. Hij beschrijft dat hij bij schedeldissecties weefsel zag hangen aan de vrije rand van de falx cerebri, het vlies tussen de twee hersenhelften. Een collega zag het als een zenuwbaan. Dat is Upledgers eigen verslag. Onafhankelijk onderzoek heeft het later niet bevestigd.
Er zit dus een groot gat tussen wat onderzoek laat zien over fascia in het algemeen, en wat bekend is over wat een craniosacraal behandeling daarmee doet. Dat gat is geen reden om het onderwerp te negeren. Wel om er eerlijk over te schrijven.
Het continuüm
Wat me blijft bezighouden, is dat continuüm. Fascia houdt niet op bij de spier. Het gaat door, eromheen en erdoorheen. Wie met lichte aanraking ergens aan de voet werkt, raakt een weefsel dat doorloopt tot ver voorbij de voet.
Wat dat in de praktijk betekent, weet ik niet. Ik ben er nog lang niet. Maar het onderwerp fascineert me. Ik verwacht dat onderzoek de komende jaren nog veel meer gaat vertellen over dit weefsel, dat er altijd al was en zo lang onzichtbaar bleef.
Niet alles wat werkt, is al begrepen. En niet alles wat nog niet begrepen is, werkt niet.
Bronnen
Welke onderzoeken noem ik?
Bron: Wilke J, Krause F, Vogt L, Banzer W. What is evidence-based about myofascial chains: a systematic review. Archives of Physical Medicine and Rehabilitation, 2016;97:454-461. Lees de samenvatting (externe site, Engels)
Bron: Tesarz J, Hoheisel U, Wiedenhöfer B, Mense S. Sensory innervation of the thoracolumbar fascia in rats and humans. Neuroscience, 2011;194:302-308. Lees de samenvatting (externe site, Engels)
Bron: Schilder A, Hoheisel U, Magerl W, Benrath J, Klein T, Treede RD. Sensory findings after stimulation of the thoracolumbar fascia with hypertonic saline suggest its contribution to low back pain. Pain, 2014;155:222-231. Lees de samenvatting (externe site, Engels)
Bron: Langevin HM e.a. Reduced thoracolumbar fascia shear strain in human chronic low back pain. BMC Musculoskeletal Disorders, 2011;12:203. Lees het onderzoek (externe site, Engels)
Bron: Langevin HM, Bouffard NA, Badger GJ, Iatridis JC, Howe AK. Dynamic fibroblast cytoskeletal response to subcutaneous tissue stretch ex vivo and in vivo. American Journal of Physiology, Cell Physiology, 2005;288:C747-756. Lees de samenvatting (externe site, Engels)
Bron: Adstrum S, Hedley G, Schleip R, Stecco C, Yucesoy CA. Defining the fascial system. Journal of Bodywork and Movement Therapies, 2017;21:173-177. Lees de definitie bij de Fascia Research Society (externe site, Engels)
Bron: Upledger JE. CranioSacral Therapy, part I: its origins and development. Subtle Energies, 1995;6(1). Lees het artikel (externe site, Engels, pdf)
Liever per e-mail? Stuur een bericht via het formulier op Praktisch.