Tien dagen zonder woorden
Een log van mijn eerste tiendaagse vipassana. In november, in Dhamma Pajjota in Dilsen-Stokkem.
Vooraf
Ik had een drukke baan waarin ik me niet thuis voelde. Om me heen leek iedereen te weten waar hij mee bezig was. Ik had geen idee.
Ik zocht rust. Om na te denken, of juist om ermee op te houden. Om te luisteren naar mijn lichaam.
Gemediteerd had ik wel. Een kwartier hier, een halfuurtje daar. Soms vond ik rust, net zo vaak onrust. Wat tien dagen zouden doen, wist ik niet.
De doos
Bij aankomst lever je alles in wat je met de buitenwereld verbindt. Telefoon, boeken, afleiding. Toen mijn telefoon in de doos verdween, voelde dat als een straf. Vooral omdat ik mijn lief tien dagen niet zou spreken.
In de meditatiezaal ging de stilte in. De vriendschappen die net waren ontstaan, losten in één moment op. Geen blik meer, geen aanraking. Alleen ik bleef over.
Dag 1 tot 3: een vierkante centimeter
De eerste opdracht: concentreer je op de vierkante centimeter onder je neus. anapana. De eerste dag mocht ik nog bewegen, verzitten, wennen.
Alles deed zeer. Mijn knieën, mijn schouders, mijn kont... o ja, mijn neus. Daar moest ik op letten.
Tien uur per dag zitten en je concentreren op je bovenlip is nooit makkelijk. Het eerste uur zat ik stoer op één kussen. Het tweede uur kwamen er een paar bij. Het hielp niet.
Ik dacht nog aan mijn werk en aan mijn lief. Hoe het daar ging, zonder mij. De pijn werd er niet minder van.
En toch gebeuren er op die ene centimeter wonderlijke dingen. De adem gaat koud naar binnen en warm naar buiten. Er lopen kleine kaboutertjes overheen: kriebels, een druppeltje zweet, haartjes die meebewegen met de adem. Later volgde dezelfde centimeter op mijn kruin.
Weg willen? Nee. Ik voelde dat ik op mijn plek was.
Het ritme
Om 4:00 uur de gong. Een koude douche. Eenpersoonskamers waren er toen nog niet; we sliepen met zes man op een zaaltje.
Eten in stilte. Heerlijk. Ik absorbeerde de stilte, de rust, het niets.
Tussen de meditaties door liepen we buiten een rondje. Een lange kolonne mensen, in zichzelf gekeerd, in de kou. De meesten, ik ook, met een kap of capuchon op. Kleine stoomwolkjes in het halve donker.
Dag 4: niet meer bewegen
Op dag 4 begint vipassana. Vanaf dan geldt adhitthana: in de groepszittingen beweeg je niet meer. Dat gaf de pijn in mijn lichaam een hele nieuwe dimensie.
Ik nam het plekje onder mijn neus mee, over mijn hele lijf. Langzaam voelde ik alles. Mijn hart, mijn nieren, mijn darmen, mijn lever.
De instructie is om alles wat je voelt op te merken zonder erop te reageren, ook pijn. Elke sensatie komt en gaat. In de avondlessen heet zo'n reactie sankhara: een afdruk die je achterlaat als je iets wegduwt of vasthoudt. Wie niet meer reageert, maakt geen nieuwe afdrukken.
Mijn eigen weg lag er net naast. Hoe meer ik me concentreerde op iets anders dan de pijn, hoe minder ik die voelde. Niet precies wat er gevraagd werd. Voor mij was het een deel van de sleutel.
Dag 5: blazen op mijn rug
Om drie uur 's middags begon een van mijn kamergenoten te huilen. Hij was er klaar mee, hij wilde naar huis. We wezen hem de weg naar de begeleiding. Hij pakte zijn spullen en ging.
Ook voor mij was dag 5 zwaar. Ik kreeg last van urticaria: grote, jeukende blazen op mijn rug. Normaal nam ik daar antihistamine voor. Nu besloot ik ernaar te kijken. Er neutraal in staan, onderzoeken wat ik precies voelde.
Een uur later waren de blazen weg.
Dag 6: licht
Op dag 6 gingen bij mij alle lichten aan. Het voelde alsof ik licht gaf. Alsof mijn organen licht gaven. Er trok een warme gloed over me heen.
Daarna werd elke dag lichter.
Er kwamen weinig bewuste gedachten. Met iedereen, en met mijn plek in de wereld, was ik niet meer bezig. Wel kwam het idee op om op termijn iets anders met mijn leven te doen.
Eén ding is sindsdien gebleven: het besef dat mijn hele lichaam energie is.
Dag 10: een rasp over hout
Op dag 10 werd de stilte opgeheven. Ik wilde niet dat het stopte. Terwijl om me heen de gesprekken op gang kwamen, bleef ik nog een uur stil.
Toen zei ik: "Doe mij maar een koffie." Het klonk als een rasp over een stuk hout.
Tien dagen met anderen doorgebracht? Zo voelde het niet. Er was geen woord, geen blik. Je bent alleen. Iedereen daar had diezelfde ervaring. Iedereen stond open en dicht tegelijk.
Op de laatste dag leer je ook metta: liefdevolle vriendelijkheid, naar jezelf en naar anderen. Ik probeer dat elke dag in praktijk te brengen. De laatste tijd voelt dat soms als roepen in de woestijn. Ik hou stug vol.
Daarna
Toen ik mijn telefoon terugkreeg, was het contact met mijn lief vreemd. Hoe vertel je over zoiets aan iemand die het niet heeft meegemaakt? Het is haast niet te beschrijven.
Thuis was ik heel helder. Op één middag verwerkte ik tien dagen mail.
Die tien dagen hebben bijgedragen aan het oprichten van mijn fotostudio. Aan het openstaan voor een andere kant van mezelf. Het was een lange aanloop. Naar Luw.
Liever per e-mail? Stuur een bericht via het formulier op Praktisch.